Fysiotherapie in cijfers
Verwijzing 2007
In 2007 werden de meeste patiënten die bij de fysiotherapeut kwamen verwezen door de huisarts. Desalniettemin kwam één derde van de patiënten in 2007 zonder verwijzing. Van de medisch specialisten verwees de orthopeed het vaakste door naar de fysiotherapeut. De top drie van meest voorkomende klachten hadden allen betrekking op de wervelkolom.
Trends
Het percentage patiënten dat door de huisarts werd verwezen naar de fysiotherapeut is de afgelopen jaren gedaald. Dit komt grotendeels door de invoering van de directe toegankelijkheid fysiotherapie in 2006. Daarnaast is er gedurende de gehele periode een stijgende lijn te zien in het aandeel verwijzingen door medisch specialisten. De klacht waarvoor patiënten het meeste verwezen werden is niet veranderd in de afgelopen vijf jaar en betrof klachten aan de lage rug zonder uitstraling.
Aantal verwijzingen In 2007 werden gemiddeld 46,1 per 1.000 ingeschreven patiënten verwezen naar fysiotherapie. Het zijn vooral patiënten boven de 45 jaar die worden verwezen. Kinderen worden betrekkelijk weinig verwezen. |
![]() |
Top-10 diagnoses
De meest voorkomende verwijsdiagnose voor fysiotherapie is ‘lage rugpijn zonder uitstraling’, gevolgd door symptomen/klachten nek’. Wel valt op dat de top-10 verwijsdiagnoses bij fysiotherapie uitsluitend bestaat uit symptomen en klachten van het bewegingsapparaat.
Trend in aantal verwijzingen Het aantal verwijzingen naar fysiotherapie laat een lichte daling zien van 2001 naar 2005. Sinds 2006 is er geen formele verwijzing van de huisarts meer nodig om voor vergoeding in aanmerking te komen. Dat verklaart de daling van 70 naar 46 per 1000 patiënten van 2005 naar 2006. |
![]() |
Patiëntenkenmerken 2007
In 2007 waren er meer vrouwen dan mannen onder behandeling bij een fysiotherapeut. Patiënten waren gemiddeld 49 jaar en de grootste groep was lager opgeleid. 12% kwam met een aandoening die voorkwam op de lijst met aandoeningen die langdurige of intermitterende therapie behoeven.
Trends
Het aantal vrouwelijke patiënten bij de fysiotherapeut is de afgelopen jaren altijd hoger geweest dan het aantal mannelijke patiënten. De gemiddelde leeftijd is in vijf jaar gestegen van 48 naar 49 jaar. Het aandeel patiënten boven de 65 jaar is gegroeid naar 22,5%. De grootste groep patiënten was lager opgeleid. Tot slot was er in de periode tussen 2003 en 2007 een stijging van het percentage patiënten met aan aandoening die voorkwam op de vws-lijst.
Behandeling 2007
Als behandeldoel op lichaamsfunctieniveau werd in 2007 bij één derde van de patiënten gekozen voor het verbeteren van mobiliteit. Bij 59% van de patiënten werd ook alleen op lichaamsfunctieniveau een behandeldoel opgesteld. Als voornaamste doel op activiteitenniveau werd gekozen voor handelingen in het kader van voortbewegen (lopen). Ruim 20% van de patiënten had minder dan drie behandelingen nodig, bijna 10% werd meer dan 25 keer behandeld. In 80% van de behandelingen ging het om een reguliere zitting fysiotherapie. Therapeuten kunnen per behandeling drie verrichtingen registreren die het meest zijn toegepast. Bij 80% van de patiënten maakte het oefenen van functies en vaardigheden deel uit van de behandeling, met name het individueel oefenen van functies komt vaak voor. Bij bijna vier op de tien patiënten werden begeleidende verrichtingen toegepast. De mediaan van het aantal zittingen fysiotherapie bedroeg in 2006* acht behandelingen. De mediaan van de duur van de behandelepisode was zeven weken.
Trends
Zowel het meest gekozen behandeldoel op activiteitenniveau als op lichaamsfunctieniveau is de afgelopen jaren niet veranderd. Tussen 2005 en 2007 is een stijgende lijn te zien van patiënten waarbij alleen een behandeldoel op lichaamsfunctieniveau werd opgesteld. Sinds 2005 is het aantal reguliere behandelingen gedaald, dit komt omdat er sinds de invoering van directe toegang fysiotherapie zittingen zijn besteed aan screenings en intakes na screening of verwijzing. De meest gekozen verrichting van de afgelopen jaren wars het oefenen van functies en vaardigheden. Het toepassen van manuele en fysische verrichtingen is tussen 2003 en 2007 afgenomen. Met name in de laatste twee jaar was er een toename van het aantal patiënten waarbij begeleidende verrichtingen werden uitgevoerd. Er zijn in de periode tussen 2003 en 2006* kleine veranderingen opgetreden in de mediaan van het aantal zittingen en de behandelduur.
* Gegevens met betrekking tot het aantal zittingen en de behandelduur lopen één jaar achter op de andere gegevens.
Gezondheidsproblemen 2007
In 2007 had circa 40% van de patiënten bij aanvang van de behandeling fysiotherapie relatief korter durende klachten (< één maand). Eén derde van de patiënten kwam met een recidiverende klacht en circa één op de twee patiënten had geen eerdere paramedische zorg ontvangen in de twee jaar voorafgaand aan de behandeling.
Trends
De groep patiënten met recidiverende klachten is de afgelopen jaren gelijk gebleven. Ook het aandeel patiënten dat al eerder paramedische zorg ontving is niet veranderd. Er was een toename te zien van het aandeel patiënten in de fysiotherapiepraktijk met relatief kortdurende klachten; in 2007 had 42% van de patiënten korter dan één maand klachten ten opzichte van 35% in 2003. Het percentage patiënten met klachten die langer dan 6 maanden bestond daalde in dezelfde periode van 27% naar 22%.
Evaluatie 2007
In 2007 was de belangrijkste reden om de fysiotherapeutische zorg te beëindigen het feit dat de patiënt was uitbehandeld. Op dat moment waren de behandeldoelen naar oordeel van de fysiotherapeut bij 84% van de patiënten tenminste voor driekwart bereikt.
Trends
In de afgelopen vijf jaar is de reden voor einde zorg niet veranderd. Het percentage patiënten bij wie de behandeldoelen volgens de fysiotherapeut volledig waren bereikt steeg in vijf jaar van 60% naar 68%.
Bron: Nivel

